Eén van de zaken die we heel weinig bespreken in het hoger onderwijs: de pedagogische relatie tussen docent en student. De discussie gaat wèl over competenties, leeruitkomsten en niet te vergeten rendement en doorstroming. Maar is de ontmoeting tussen docent en student niet een belangrijke factor in deze discussie? In twee blogs deel ik mijn mijmeringen over deze relatie, met als eerste een blik op het kind-zijn en de vraag waartoe wij opvoeden.

Ontstaan van het kind

Onder invloed van de Verlichting is in de achttiende en negentiende eeuw het moderne westerse kind geconstrueerd.

Rousseau en Piaget bijvoorbeeld keken op eenzelfde wijze naar het kind. Er zijn leeftijdsgebonden fasen waarop de opvoeder zijn doen en laten moet afstemmen. Kortom, je praat anders tegen een 4-jarig kind dan tegen een 10-jarige en de leeftijd beïnvloed ook je handelen en verwachtingen die je hebt als opvoeder*.

Verdwijnen kind periode

Postman (1992) beschrijft dat het opvoeden van een kind pas noodzakelijk werd met de uitvinding van de boekdrukkunst. Waar volwassenheid in eerste instantie louter een biologisch gegeven was, werd het met de uitvinding van de boekdrukkunst een andere scheidslijn gevormd tussen ‘het kind-zijn’ en ‘het volwassen-zijn’. Kortom, het kind moest wel naar school om later toe te kunnen treden tot de volwassen wereld. Breeuwsma (2008) omschrijft het als volgt: opvoeding en onderwijs zijn “instanties die de toestand van de kinderlijkheid” moe(s)ten opheffen.

Het publieke en commerciële kind

De blik naar wat het kind is, en dat er een aparte kindertijd bestaat, is met de komst van alle modere technieken (eerst de telefoon later de televisie en momenteel het internet) verdwenen. Van jongs af aan heeft het kind toegang tot een wereld van (volwassen) informatie. De aparte kinder-tijd verdwijnt hiermee, er is tegenwoordig volgens Liljeström (geciteerd in De Winter, 2011) het publieke en het commerciële kind. Over de eerste hebben overheid en professionele instanties steeds meer te zeggen. Onze kennis over het kind is dan ook enorm toegenomen, nog nooit is zoveel onderzoek over de ontwikkeling van het kind en ouderschap beschikbaar. Zo zijn er talloze volgsystemen die de ontwikkeling van het kind bijhouden tijdens de schoolse periode, niet alleen cognitief maar ook sociaal-emotioneel. Het kind wordt voortdurend gemonitord. Ook door ouders trouwens, die in Magister de cijfers van hun kind kunnen inzien (soms zelfs eerder dan ‘t kind zelf) en apps die het kind in zijn vrije (en dus privé tijd) volgen.

Opvoeden in de 21e eeuw

Het commerciële kind staat onder de invloedssfeer van de markteconomie, die vooral het kind als (toekomstig) consument ziet. Het gevolg van voortdurend monitoren en de invloed van de markt, is dat bij ouders meer opvoedings-onzekerheid ontstaat en ze terrein verliezen aan professionals en de markt.

Waartoe voeden wij op?

Kortom, de vraag ‘waartoe voeden wij op’ is in het digitale tijdperk waarin wij leven, actueler dan ooit. Niet alleen bij ouders maar óók voor docenten. Want, wat staat ons voor ogen als we als docent bepaalde handelingen uitvoeren in een klas? Wat wil ik bereiken als ik jonge mensen leer elkaar uit te laten spreken tijdens een tutorbijeenkomst? En toen ik nog hoorcolleges gaf, waarom liet ik studenten kennis maken met diversiteit, intersectionaliteit en parental ethnotheories?

Eén van de doelen was dat ik studenten wilde leren om een zelfstandig en kritisch denkend individu te worden. Om met pedagoog Langeveld (1979) te spreken: de zelfverantwoordelijke zelfbepaling. Opvoeden is gericht op het mondig worden, morele afwegingen kunnen maken en kunnen deelnemen aan de samenleving.

John Dewey

In de westerse samenleving is dat de democratie, die in stand gehouden moet worden. Niet alleen formeel staatsrechtelijk maar vooral “a democratic way of life” volgens de Amerikaanse filosoof John Dewey (geciteerd in De Winter, 2011). Het gaat hier om “het erkennen van wederzijdse belangen van individuen en groepen, in de manier waarop mensen zich associëren, hun ervaringen op elkaar afstemmen en participeren aan gezamenlijke praktijken” (p. 93).

Mens-zijn

Maar dat was zeker niet het enige doel. Ik wil ook dat studenten in hun mens-zijn groeien. Dat ik ze kan ondersteunen om autonome mensen te worden, gericht op ontwikkeling en ontplooiing van zichzelf (Rogers, 2016). Dat ze zelfstandig zijn, zelfredzaam en over zelfvertrouwen beschikken. En deze identiteitsvorming en burgerschap vindt niet alleen plaats in het gezin, maar óók in het onderwijs. Ook tijdens een les, training of tutorbijeenkomst, juist in die alledaagse sociale ervaringen.

Nu we het wat en waartoe weten, is uiteraard de vraag: hoe dan? Dit komt in het tweede blog aan bod.

Opvoeder is geen term die exclusief voorbehouden is aan de (biologische) ouder van een kind. Ik gebruik het woord opvoeder in de breedste zin van het woord: opvoeder zijn alle volwassenen die zich op de één of andere manier bezighouden met het begeleiden en ondersteunen (vorming) van een kind. Dat is dus ook een docent op een hogeschool.

Literatuur

Breeuwsma, G. (2008). Het naadje van de kous? Halfweg ontwikkelingspsychologische kennis en pedagogische bemoeizucht. In W. Koops, B. Levering, & De Winter, M. (Red.), Opvoeding als spiegel van de beschaving. Een moderne antropologie van de opvoeding (pp. 58-74). Amsterdam: Uitgeverij SWP.
De Winter, M. (2011). Verbeter de wereld, begin bij de opvoeding. Vanachter de voordeur naar democratie en verbinding. Amsterdam: Uitgeverij SWP.
Koops, W., Levering, B., & Winter, M. (2008). Opvoeding als spiegel van de beschaving. Een moderne antropologie van de opvoeding. Amsterdam: Uitgeverij SWP.
Langeveld, M. (1979). Beknopte theoretische pedagogiek. Groningen: Wolters Noordhoff.
Postman, N. (1992). The disappearance of childhood. New York: Dell Publishing Co.
Rogers, C. R. (2016). Mens worden. Een visie op persoonlijke groei. Utrecht: Erven J. Bijleveld.


Interessant bericht? Deel deze via:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.